Wat is DRS toch?

Er kan maar 1 coureur vooraan beginnen in een Formule 1-race. Alle andere 21 willen natuurlijk ook winnen. Daarvoor moeten ze – je raadt het al – inhalen. Hoe haal je in? De simpele manier: sneller rijden dan je voorganger. Dat kan, bijvoorbeeld als je een andere lijn hebt gekozen bij een bocht of als de topsnelheid van je auto hoger ligt.

Toch liggen de snelheden in de Formule 1 zo dicht bij elkaar, dat inhalen heel moeilijk is.

Een paar jaar geleden heeft de Formule 1 een trucje verzonnen om inhalen makkelijker te maken. Dat doen ze omdat het veel leuker is om inhaalacties te zien in plaats van naar een optocht te kijken. Het beste foefje heet DRS (beperken van weerstand-systeem). Vergeet de vertaling maar, als je DRS maar in je hoofd hebt is het voldoende.

Elke baan heeft wel 1 of 2 rechte stukken. De coureur kan op die plaatsen met een knopje zijn DRS aanzetten. Concreet houdt het in dat de achtervleugel van de auto open wordt geklapt. Als die ‘verdwijnt’, heeft de auto minder weerstand.

Net na de start, als het hele veld nog bij elkaar zit, mag je DRS nog niet gebruiken. De wedstrijdleiding bepaalt wanneer dat wél mag. Er is één andere voorwaarde: je mag DRS alleen aanzetten als je binnen een seconde van je voorganger zit. De coureurs moeten dus op eigen kracht dichterbij komen en bij het inhalen op het rechte stuk krijgen ze hulp van de techniek.

Meer vragen? Hier worden de andere regels in de Formule 1 uitgelegd!