Nageeye: ‘Protesteren verbieden? IOC gaat véél te ver’

10 juni 2020

REUTERS

Met verbazing is gereageerd op de mededeling van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) dat demonstreren tegen racisme verboden blijft voor sporters op de Olympische Spelen. "Deze bekrompen gedachte toont maar weer eens aan hoe ver die organisatie van de maatschappij staat.’’


Geen kniebuiging tijdens het volkslied. Geen ‘Black Lives Matter’ op een ondershirtje. Geen vreedzaam protest met een vuist in de lucht tijdens de medaille-ceremonie. Het blijft allemaal verboden bij de Zomerspelen en de Paralympics in Tokio. "En dat mag je toch wel zeer opmerkelijk noemen, juist nu er wereldwijd zoveel op gang komt en bespreekbaar wordt’’, meent marathonloper Abdi Nageeye, die net als zoveel topsporters op Instagram stilstond bij de gewelddadige dood van de Amerikaan George Floyd.

Geen straf meer
Waar zelfs topatleten als Lewis Hamilton en Michael Jordan zich de laatste weken uitspreken over racisme, laten meer en meer sportorganisaties de straffen op vreedzame vormen van protest gaan. Het Internationaal Olympisch Comité is echter niet van plan de eigen richtlijnen aan te passen, zo bevestigde de organisatie aan The Telegraph. Atleten worden aangemoedigd om ‘op te komen voor waar ze in geloven’, maar dit blijft in geen enkele vorm toegestaan tijdens de Spelen.

Gaat te ver
Nageeye, de van oorsprong Somalische atleet die in 1996 naar Nederland kwam, snapt niets van die houding. De wens om sport en politiek te scheiden, kan hij ergens nog wel begrijpen. "Maar hiermee gaat het IOC gewoon véél te ver. Want racisme is geen politiek, dat moet je scheiden. We hebben het hier over over de basis, over mensenrechten. Dit heeft helemaal niets te maken met opkomen voor een onafhankelijk Catalonië of Palestina. Dit is iets véél groters. Zo’n beetje elke sport gaat daar nu in mee en dan zegt juist de allesoverkoepelende sportorganisatie zoiets… Héél bijzonder.’’