Olympische sporters snappen het voorrecht dat ze hebben dankzij de voorrang voor vaccinatie: ‘Enorm dankbaar’

14 april 2021

ANP

De vaccinatie van sporters die komende zomer deelnemen aan de Olympische of Paralympische Spelen gaat vrijwel zeker deze week al van start. "We hebben de laatste dagen goede vorderingen gemaakt in de gesprekken met degenen bij het RIVM die daarvoor verantwoordelijk zijn. Bovendien is Papendal al enige tijd in gebruik als priklocatie”, zegt Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF.


Dinsdag werd bekend dat olympiërs sneller aan de beurt zijn. Dat stond in een brief van minister Hugo de Jonge aan de Tweede Kamer.

Bevoorrecht
Voorzitter Hinkelien Schreuder van de Nederlandse atletencommissie begrijpt heel goed dat het voorrang verlenen aan olympische sporters tot scheve gezichten leidt. "Er zijn genoeg verhalen van mensen die net zo goed voorrang verdienen. Dat is ook het grote dilemma waarvan topsporters zich uitermate bewust zijn”, zegt Schreuder. "Ik kan alleen maar zeggen dat de sporters zich ongelooflijk bevoorrecht voelen."

'Enorm dankbaar'
De topsporters hebben al gedurende vrijwel de hele coronapandemie een uitzonderingspositie. En nu krijgen ze 100 dagen voor het begin van de Olympische Spelen in Japan ook voorrang in het vaccinatieproces. "Ik denk dat ik namens alle topsporters spreek als ik zeg dat ze redelijk opgelucht zijn”, aldus Schreuder, die als zwemster meedeed aan de Spelen van 2008 en 2012. "We weten dat afgelopen jaar vele uitzonderingen zijn gemaakt voor de topsport. Daar zijn de sporters de overheid enorm dankbaar voor.”

'Dan alsnog een risico'
De atletencommissie kreeg de afgelopen weken wel steeds meer vragen binnen over het vaccinatieproces. "Gaat het wel lukken om voor de Spelen een vaccin te krijgen of moeten we zelf naar China om een prik te halen?, hoorde ik dan”, zegt Schreuder. "Als sporters een uitzonderingspositie krijgen, maar uiteindelijk niet tijdig gevaccineerd worden, dan lopen ze alsnog een ongelooflijk groot risico in Tokio.”

'De druk begon op te lopen'
De sporters behoorden tot de omvangrijke groep die in de prikstrategie van het kabinet als laatste aan de beurt is. De olympiërs zouden op z’n vroegst in juni in aanmerking komen voor een vaccin, een maand voor de start van de Spelen. Volgens Schreuder is bij de overheid niet gepleit voor voorrang op de risicogroepen, maar wel om zo snel als mogelijk aan de beurt te komen. "De druk begon op te lopen. Er dreigde een ongelijk speelveld te ontstaan, omdat andere landen wel al hun sporters hebben ingeënt. Het IOC vraagt iedereen om gevaccineerd naar Japan te komen. De meeste sporters willen daar graag aan voldoen.”



600 personen
Schreuder hoopt dat de Tokio-gangers ‘zo snel mogelijk’ een prik kunnen halen. "Want de voorbereiding op de Spelen komt echt in gevaar als je nu besmet raakt. Zelfs milde bijwerkingen kunnen een groot negatief effect hebben, want je hebt zo een trainingsachterstand van 2 weken te pakken. Dat wil je niet. Om nog maar niet te spreken over het risico van een positieve test in Tokio, waardoor je uitgesloten wordt van de Spelen. Het voelt als een enorm voorrecht dat de sporters nu snel aan de beurt zijn. Inclusief begeleiders zal het gaan om een groep van zo’n 600 personen. We hopen dat er zo min mogelijk belasting op het vaccinatiesysteem komt, bijvoorbeeld door de medische staf van NOC*NSF de prikken te laten zetten.”