Op bezoek bij de Surinaamse jongens van Willem II

9 maart 2020

Dankerlui, Nunnely & Nelom.

Er ontstaat een twinkel in de ogen van Damil Dankerlui als ‘Suriname’ wordt genoemd. Miquel Nelom kijkt trots, bij Ché Nunnely verschijnt er een grote lach op zijn gezicht. De 3 jongens van Willem II hebben allemaal hun roots in Suriname liggen. Sportnieuws.nl-redacteur Brian Vesseur ging bij de jongens op bezoek in het Koning Willem II Stadion.


De situatie rondom Suriname (en het Surinaams elftal) is voor alle 3 de heren heel anders. Miquel koos al voor Suriname, terwijl Damil Oranje nog lang niet uit zijn hoofd heeft gezet. Ché is op zijn beurt speler van Jong Oranje en Oranje onder-20.

Surinaams Superelftal
De heren kregen de vraag om een superelftal samen te stellen. Ze kregen 3 A4’tjes voorgelegd met daarop ruim 200 spelers die nog voor Suriname uit kunnen komen. "Hodè!", wordt er door een van de heren geroepen als ze de namen voorbij zien komen.

Damil is enthousiast na het bestuderen van de lijsten: "Zo, dit zijn toch wel goede spelers, hoor."

Tekst loopt door onder foto.

Damil Dankerlui. (Soccrates Images)

Ché is streng voor Damil, die links van hem zit: "Wat kijk je op de mijne, ga jouwe checken."

Miquel heeft de keepers en de verdedigers voor zich. "Ik ga sowieso mezelf opstellen", zegt hij met een lach op z’n gezicht. Voor de rest zet hij een streepje bij Warner Hahn (keeper), Kelvin Leerdam (rechtsback), Stefano Denswil (centrale verdediger) en Ryan Donk (centrale verdediger). Ché en Damil kunnen zich daarin vinden.

Zoeken in een dun middenveld
Van de dik 200 namen is misschien 20% middenvelder. De heren hebben gekozen voor Ryan Koolwijk en Tjaronn Chery, maar besluiten Jean-Paul Boëtius bij de aanvallers weg te plukken. Niet gek, want bij FSV Mainz 05 staat hij ook op nummer 10.

"Heb je erbij gezet CM? Hij is CAM, hè", zegt Ché tegen Miquel. De oudste van de 3 schudt z’n hoofd: "Jij altijd met je FIFA-termen." De jongens lachen. In de aanval kiezen ze voor Diego Biseswar, Gyrano Kerk en Sheraldo Becker. "Becker? Ja, Becker. Hij gaat sowieso voor Suri spelen."

Tekst loopt door onder IG-post.
Debuut voor Nelom?
Als alles op tijd wordt geregeld, kan Miquel op 28 maart zijn debuut maken in het oefenduel tegen Grenada. Zaken op tijd regelen is wel een dingetje in Suriname, merkt Miquel. "Niet alles gaat zo snel als hier. Er komt ook veel politiek bij kijken."

De 29-jarige linksback heeft het over het sportpaspoort. Hij werkte mee aan een brief aan de Surinaamse president om dat paspoort in te voeren. Maar nu moet de FIFA het verzoek van Suriname – om jongens die al (jeugd)interlands voor andere landen hebben gespeeld op te stellen – nog goedkeuren. "Ja, zie je, dat is een van de struikelblokken", zegt Miquel.

Tekst loopt door onder foto.

Miquel Nelom. (Orange Pictures)

Oranje in het achterhoofd
Waar Miquel dus al voor Natio koos, daar zijn de loopbanen van Ché en Damil nog niet zo precies uitgestippeld. Ché: "Sinds m’n 15e speel ik al bij de jeugdelftallen van Nederland. Nu zit ik tussen Jong Oranje en onder-20 in, dus focus ik me daarop." Suriname zet hij daarentegen niet uit zijn hoofd. "Je weet nooit hoe het in de toekomst zal gaan lopen."

En Damil? Wat als de bondscoach hem nu zou bellen? "Ja, geen idee. Ik kan dan niet meteen een keuze maken, omdat ik ergens nog wel van Oranje droom. Het zal moeilijk zijn."

"Het is niet gek dat ze een beetje in dubio zitten", merkt Miquel op.

Tekst loopt door onder foto.

Ché Nunnely. (Soccrates Images)

De WK-droom
Bondscoach Dean Gorré vertelde dat Suriname binnenkort op het WK staat. Lukt het niet in 2022, dan wel in 2026. De heren reageren enthousiast als ik dat vertel. "Mooi streven!", zegt Ché. Damil is het daar mee eens.

Ché gaat verder: "Ze zijn nu aan het opbouwen, dus je moet gewoon groot denken. Wie weet waar Suriname in korte tijd kan gaan komen."

Damil: "Het zou heel mooi zijn als ze het WK in 2026 halen."

Op bezoek in Suriname
De heren gaan graag naar Suriname. Ché en Damil komen er niet elk jaar, maar wel als er iets is met de familie. Miquel gaat elke zomer, vertelt hij. Dat zal een stuk vaker worden als hij eenmaal minuten mag gaan maken onder bondscoach Gorré.

Miquel: "Ik denk dat het voor ons alle 3 een beetje hetzelfde is. We zijn hier geboren, maar toch hebben we een sterke band met Suriname. Ik heb ook heel veel familie daar. Sinds ik m’n vliegtickets zelf kan betalen, ben ik bijna elke zomer daar."

Surinaams eten
Ché kaart het lekkere eten aan, als hem wordt gevraagd wat zijn gevoel is bij Suriname. Een collega-journalist van ELF Voetbal, Tim Beck, ging al eens bij Ché eten. "Tayersoep, klopt dat?", vroeg ik. Miquel en Damil beginnen te lachen en knikken instemmend.

Verliefd op Suriname
Waar Ché en Damil ook voor gaan kiezen, hun gevoel voor het land Suriname is duidelijk. En met de mogelijkheden die er opeens zijn met het sportpaspoort, is een plek op het WK voor het Caribische land opeens meer dan alleen een droom. Dat beseffen de jongens ook.