Marten de Roon fel na kritiek: ‘Misschien ben ik wel te lief geweest’

9 juni 2021

Getty
marten-de-roon-oranje-over-kritiek-ek-voetbal

Zelf heeft Marten de Roon niet veel moeite met kritiek. "Ik ben het gewend", zei de middenvelder van Oranje bij een persmoment. "Dat gaat al zo sinds ik bij Oranje ben. Het raakt me niet zo zeer. Ik voel me gewaardeerd door de technische staf. Ik vind het wel vervelend voor de mensen om mij heen. Mijn geliefden storen zich er aan."


Toen familieleden van De Roon maandag de kranten opensloegen, lazen ze dat de middenvelder veel kritiek kreeg na zijn optreden in het gewonnen oefenduel met Georgië (3-0).

Matige 1e helft
Hij leed voor rust maar liefst dertien keer balverlies en had geluk dat een foutje van hem geen treffer van Georgië inleidde. "Ik heb die 1e helft nog eens teruggekeken", vertelt de oud-speler van Sparta, Heerenveen en Middlesbrough. "Ik gaf in 5 minuten 4 slordige passes. Daar baal ik van, dat moet beter. Cijfers liegen niet, maar verder was het allemaal niet zo spannend."

"Ik probeerde bijvoorbeeld ook een keer Dumfries met een lange pass vrij voor de doelman te zetten", weet hij nog. "Dat kan fout gaan en ik gaf 3 verkeerde passes nadat ik de bal net had veroverd en meteen vooruit wilde spelen. De media leggen dat onder een vergrootglas, maar zo slecht was het allemaal niet."

Steun van de bondscoach
Frank de Boer nam het vlak na het duel met Georgië al op voor De Roon. "Hij doet ook vaak goede dingen en is al heel belangrijk voor ons geweest", zei de bondscoach. Alles wijst er ook op dat de Roon zondag aan de aftrap staat als Oranje het EK opent tegen Oekraïne. De Roon wil zelf niet op een basisplaats vooruitlopen. "Toen ik een kans kreeg bij Oranje moest Davy Pröpper op mijn positie spelen", weet hij nog. "Later Donny en Davy", doelde hij op Van de Beek en Klaassen en nu dus ook Ryan Gravenberch. "Ook ik vind Ryan een aanstormend talent. En die discussies horen erbij. Maar ik zal toch niet vanwege mijn uiterlijk of goede karakter worden geselecteerd. Waarom ik nu van mij afbijt? Misschien ben ik al die tijd wel te lief geweest."