Waarom Serero altijd een basisplaats moet hebben bij 3-4-3
i

ANP

Waarom Serero altijd een basisplaats moet hebben bij 3-4-3

admin • 13:59, 20-04-2016

Tegen Roda JC en SC Cambuur werkte de 3-4-3-variant van Ajax-trainer Frank de Boer goed, in de wedstrijd tegen FC Utrecht liep het eerst zo vloeiende combinatiespel van Ajax compleet in de soep. Wat Ajax op het middenveld miste? De diepgaande loopacties van Thulani Serero.

Thulani Serero is dit seizoen het ondergesneeuwde kindje bij Ajax. De Zuid-Afrikaans international, die in de vorige jaren nog aan zijn minuten kwam in Amsterdam, moet het tot nu toe doen met elf competitieduels. Gek genoeg startte hij in de 'testwedstrijden' waarin Ajax in een 3-4-3 speelde, maar kwam hij tegen FC Utrecht niet in actie. Frank de Boer achtte de Zuid-Afrikaan niet nodig, zijn prestaties in de vorige duels maken hem echter onmisbaar in het innovatieve systeem van De Boer.

Waarom 3-4-3?

Door de controlerende filosofie van De Boer heeft Ajax moeite met teams die zich ingraven. De extra Ajax-man op het middenveld - dat was in de eerdere wedstrijden alleen het geval bij balbezit, bij balverlies schakelde de rechts- of linkshalf terug naar de backpositie - maakt korte combinaties mogelijk. Zo kun je, ook met een druk centrum, combinatievoetbal spelen.

Dan moet die bal wel in het midden komen

In de wedstrijd tegen FC Utrecht ging dat niet zoals in de eerdere wedstrijden waarin er met drie verdedigers en vier middenvelders gespeeld werd. Stond er dan niemand in het centrum? Jawel: Milik liet zich inzakken op het moment dat aanvallende middenvelder Davy Klaassen naar de buitenkanten uitweek. Daar ligt ook meteen het pijnpunt van afgelopen zondag: doordat Klaassen niet in de diepte aanspeelbaar was, maar in de breedte, ging het spel vrijwel altijd via de buitenkant.

Heatmap van Ajax tegen Utrecht. Onder het mom van: 'het is druk in het centrum, dus dan alles maar via de flanken' pic.twitter.com/lwT867uHRR

— Bram Steenbeek (@BramBril) 19 april 2016

Als Ajax dan er keer doorkwam, was dat dus vooral via de vleugels. Het overvolle centrum dat FC Utrecht al had, die ook meebewegen in de eigen zestien, zorgde ervoor dat ook de voorzetten van Ajax weinig uithaalden. Wat opvalt is dat in de gewonnen wedstrijd tegen Roda JC de uitslag compleet anders was (Ajax won met 6-0) en de heatmap (passing) van Ajax nagenoeg hetzelfde.

Serero zonder bal = Bazoer met bal

Niet alleen kon Ajax tegen Roda makkelijker naar de zestien voetballen omdat er meer ruimte in het centrum ontstond door de tactiek van de Limburgers. Op dat moment maakt het niet uit of je al tussen de linies staat of daar naar toe beweegt, tegen Utrecht was die ruimte er dus niet. Wat Riechedly Bazoer doet mét bal - naar voren beuken en de bal doorpassen - doet Serero zonder bal.

In één van Serero's eerste wedstrijden voor Ajax, een oefenduel met het Schotse Celtic, speelde de Zuid-Afrikaan met Christian Eriksen op het middenveld. Met z'n tweeën tikten ze die Schotten helemaal scheel. Dáár kwamen de kwaliteiten van Serero voor het eerst echt boven water: fysiek is hij misschien niet de sterkste, hij is wel de enige middenvelder bij Ajax die op dit moment consequent in de diepte beweegt nadat hij een pass aflevert en doet dat vaak in een hoge versnelling.

Doorbewegen > doordribbelen

Dat heeft als eerste voordeel dat je balverlies beperkt: een korte pass over een paar meter is met minder risico dan een crosspass - of een dribbel - van de ene naar de andere kant van het veld. Daley Sinkgraven, Bazoer, Klaassen en Nemanja Gudelj hadden in de wedstrijd tegen FC Utrecht één ding gemeen: ze bewogen meer breeduit dan vooruit.

Want: als ze dat wél hadden gedaan, stond de voorste lijn in de eerste heatmap echt tegen de zestien-meter-lijn van Utrecht aan. Dat hun centrum 'heel druk' is en FC Utrecht-trainer Erik ten Hag de lessen van Pep Guardiola (met succes) in praktijk brengt, mag geen excuus zijn dat Ajax in deze wedstrijd tot de slotfase geen uitgespeelde kans wist te creëren.

Beweging

Al is dat een ouder probleem dat we kennen van Ajax de afgelopen seizoenen. We opperden al eerder het Schöne-systeem in dit soort wedstrijden, al had een extra naar binnen trekkende vleugelspeler de trechter alleen maar versterkt. Doordat Klaasen of Milik in het centrum stonden in plaats van naar hun positie bewogen werd Ajax makkelijk om te verdedigen. De vrije rollen van de vleugelspelers tegen onder andere Cambuur en Roda, die daardoor ook konden uitblinken, zaten er bij FC Utrecht niet in.

Gedoemd om te mislukken

Die vrijheid werd beperkt door de tactiek van Utrecht, waardoor dit plan vanaf minuut één eigenlijk al gedoemd was te mislukken. Dat had zomaar anders kunnen zijn als Serero in de as van het veld de bal veroverde en hem inpasst op Milik. De Pool kaatst de bal op de inlopende Gudelj. De Servische middenvelder ziet de de naar links uitgeweken Davy Klaassen vrij staan en speelt zijn aanvoerder aan.

Dié kan 'm op dat moment breed leggen op Serero, die vanaf het middenveld het aanvallend middenveld in komt gelopen. Als de Zuid-Afrikaan (of een van de andere middenvelders) dáár werd aangespeeld, had hij elke keer vier aanvallende afspeelmogelijkheden vanuit dat drukke centrum. Het centrum dat De Boer wilde vermijden door alles via de flanken te spelen, terwijl Ajax met één diepgaande middenvelder in de as het hele Utrecht-middenveld had kunnen ontregelen.

[poules_game team="ajax" pool="sportnieuws-wekelijks/eredivisie-2015-16"]