Amber Brantsen is een vast gezicht van Viaplay bij de Formule 1. Voordat ze haar carrière als sportpresentatrice begon, ging ze door een moeilijke tijd. De 36-jarige werd in haar studietijd depressief en belandde zelfs in een kliniek. Tegen de adviezen in sloeg ze een nieuwe richting in. "Ik had iets nodig om naartoe te werken."
Brantsen ging op haar achttiende op kamers in Amsterdam. Toen ging het mis. "Achteraf vraag ik me weleens af waarom ik dat zo graag wilde", vertelt Brantsen aan De Telegraaf. "Ik denk dat ik gewoon heel graag volwassen wilde zijn, laten zien dat ik het kon. Maar het viel me behoorlijk tegen."
'Eerst werd ik depressief'
De negatieve gevoelens en eenzaamheid leidden tot anorexia. "Eerst werd ik depressief. Dat kwam eigenlijk nog vóór de eetstoornis. Ik voelde me ongelukkig en verloor langzaam het plezier in dingen. Voor mijn gevoel lukte niets", legt ze uit. "Maar afvallen lukte wel en dat gaf een gevoel van controle. Mensen denken vaak dat anorexia gaat over dun willen zijn. Voor mij ging het veel meer over controle. Ik was niet blind en zag echt wel dat ik dun werd, veel te dun zelfs. Stoppen lukte alleen niet omdat het voor mijn gevoel het enige was waar ik wél goed in was.”
"Op een gegeven moment was ik gewoon óp. Ik was moe, somber en uitgeput", vervolgt ze. "Mijn wereld werd steeds kleiner. Alles draaide om eten. Of eigenlijk dus juist om niet eten." Ze besloot dat het zo niet langer. "Uiteindelijk ben ik terug naar huis gegaan, naar mijn moeder. Dat voelde ergens als falen, maar tegelijkertijd ook als een enorme opluchting."
Kliniek
Thuis lukte het echter ook niet om uit de negatieve spiraal te komen. "Zodoende kwam ik terecht in een eetstoorniskliniek." Uiteindelijk bleek dat ook niet de juiste weg voor Brantsen. "Ik zat daar met allerlei meisjes die allemaal dezelfde diagnose hadden, maar totaal verschillende achtergronden. Ik had niet het gevoel dat er werd gekeken naar wat er achter mijn eetstoornis zat. Alles ging over gewicht en eten, terwijl mijn échte probleem was dat ik ongelukkig was. Ik was mezelf kwijtgeraakt en moest haar zien terug te vinden.”
Ze nam daarom een ingrijpend besluit. "Tegen alle adviezen in ben ik weggegaan bij de kliniek. Ik voelde aan alles dat ik daar alleen maar zieker zou worden." In plaats daarvan schreef ze zich in voor een studie bestuurskunde in Leiden. "Óók tegen de adviezen in", zegt ze met een lach. "Maar ik had iets nodig om voor uit bed te komen. Iets om naartoe te werken."
Nieuw doel
De studie gaf haar een nieuw doel. "Als die eetstoornis zei dat ik niet hoefde te eten, dacht ik: jawel, want ik moet morgen studeren. Zo gebruikte ik eigenlijk mijn ambitie om mezelf beter te maken. Daar ben ik nu achteraf echt heel trots op.”
)