Michael Bleekemolen was de eerste coureur in een familie die inmiddels drie generaties telt. Wat de voormalig Formule 1-coureur zelf beleefde, zullen zijn kinderen en kleinkinderen alleen nooit meemaken. Hij racete in een tijd waarin na de race het feest pas echt begon én daar hield hij de wildste verhalen aan over.
Dat de sport inmiddels zo braaf is geworden, betreurt hij. "Pitspoezen mogen niet meer, de coureurs zijn sterren geworden die allemaal op hun eigen eiland zitten en alles draait om zakelijke belangen", vertelt hij in gesprek met De Telegraaf. "Vroeger hingen we met zijn allen aan de bar, gingen daarna op stap. Het was Sodom en Gomorra." Net als in die Bijbelse steden, die symbool staan voor losbandigheid, kon er in de racewereld van toen bijna alles. "Ik had zelfs een bewaker aan mijn hotelkamerdeur om de vrouwen buiten de deur te houden."
Met rood hoofd de bus in
Een van de verhalen die hij nooit meer vergeet, speelt zich af in Canada. Samen met onder anderen racelegende James Hunt zat hij na het uitchecken in het hotel al in de bus, klaar om naar de race te vertrekken. "Totdat James nog een leuke dame zag. Hij liep terug naar de balie voor zijn kamersleutel, ging met die dame naar boven om tien minuten later met een rood hoofd alsnog de bus in te stappen."
Zelf deed Bleekemolen niet meer mee met het drinken onder de coureurs. "Ik ben van mijn twaalfde tot mijn twintigste lam geweest, maar daarna heb ik nooit meer gedronken. Daardoor ben ik nu nog zo fit, ik zie gasten van vijftig na de race gevloerd op het beton belanden. Ik heb nergens last van."
Bleekemolen weet niet van ophouden
Dat de inmiddels 77-jarige geboren Amsterdammer nog altijd racet, is na twee zware ongelukken allesbehalve vanzelfsprekend. Vier jaar geleden crashte hij in Spa met 149 kilometer per uur en brak hij zijn rug. "Mijn hele familie zei toen dat ik ermee moest kappen, maar dan weet je het wel. Ik ben toen gaan skiën" Ook daar kwam hij er niet zonder kleerscheuren vanaf. Een snowboarder knalde op hem, met een rib door zijn long en een schouder in stukken tot gevolg.
Toch denkt Bleekemolen nog altijd niet aan stoppen. Hij racet in een klassement voor veertigplussers, waarin hij verreweg de oudste is. Toch wint hij nog regelmatig. Met zijn zoon Jeroen deelt hij op het Belgische circuit van Zolder dezelfde auto, in hun eigen competitie. "Stoppen betekent ook dat ik opeens oud ben. Nu kan ik nog met iedereen meepraten, met mijn kleinkinderen heb ik het altijd over racen", zegt hij. "Ik had ook suikerzakjes kunnen gaan sparen. Een stuk veiliger, maar je komt nergens."
)