Jenning de Boo beleefde afgelopen jaar een droomseizoen. Op de Olympische Spelen in Milaan won de topschaatser tweemaal zilver en vlak daarna veroverde hij de wereldtitel sprint. De topschaatser blikt vooruit op het komende seizoen. "Lekker met het team naar de klote."
“Mijn motivatie is niet veranderd”, geeft De Boo aan na de teampresentatie van Team Reggeborgh. “Ik ga met dezelfde ijver naar de training toe als ik vorig jaar deed. Of ik last heb gehad van een dip na zo’n olympisch seizoen? Nee, ik heb geen goud gewonnen.”
De schaatser had dan ook geen behoefte aan een lange zomerstop. “De batterij was leeg aan het einde van het seizoen, meer dan het jaar daarvoor. Dat komt vooral door alle nieuwe dingen die op je afkomen, dat moet je in je opnemen. Maar ik merkte al na twee weken vakantie dat het aan mij begon te knagen”, vertelt De Boo aan Sportnieuws.nl.
“Ik ging op vakantie naar Zuid-Afrika met Tim Prins. Dan ben je met een sporter op vakantie. Dan kun je elkaar lekker opstoken en merk je dat je toch de gym en de fiets gaat opzoeken. Ik had me voorgenomen om een maand niks te doen, maar dat werd hem niet", vervolgt hij. "Je hebt toch een soort drijfveer nodig. Dat is in principe allemaal intrinsieke motivatie. Dat ik die al zo snel vond, is aan de ene kant ruk, dan kun je minder genieten van het strandbedje."
'Dat vind ik prachtig'
De Boo ging daarnaast in de zomer op trainingskamp naar Spanje. “Ik had heel veel zin om de grenzen op te zoeken. We moesten weer tot het gaatje gaan. Dan zie je meer groene gezichten dan blije gezichten. Dat vind ik prachtig. Lekker met het team naar de klote.”
Na de prestaties op de Olympische Spelen kreeg De Boo ook veel aandacht. “Er is heel veel veranderd, vooral op social media”, geeft de schaatser aan. “Dat zijn harde feiten. Ik merk dat ik meer onder een vergrootglas lig. Ik moet vaker nadenken over wat ik post op social media. Gelukkig heb ik nog nergens spijt van.”
Toch zoekt de topschaatser vooral de mensen op die hij al kent. “Ik merk dat ik na het seizoen meer terugval op de mensen die ik al kende vóór het olympische seizoen. Ik vind het wel fijn dat die mensen er zijn; mijn vrienden uit Groningen, de jongens die ik ken van het shorttrack, mijn ouders. In zo’n olympisch jaar zie je zo weinig mensen behalve je team. Ik vond het fijn om deze zomer wat tijd met ze in te halen.”
)