Op de Olympische Spelen in Milaan was daar eindelijk het goud voor Antoinette Rijpma-de Jong. Na een zenuwslopende 1500 meter mocht de Friezin zich olympisch kampioene noemen. Toch is haar honger allerminst gestild, ze droomt nu ook van de Zomerspelen van Los Angeles als baanwielrenster. Alleen houdt haar schaatsploeg de teugels strak. Een uitnodiging voor de WK baanwielrennen in Shanghai moest ze al afslaan en dat blijft schuren.
Het schaatsen blijft voorlopig op één staan, maar de fiets dringt zich steeds nadrukkelijker op in haar agenda. Schaatscoach Gerard van Velde moet daarin de balans bewaken. "Hij vindt het heel leuk. Alleen, het moet natuurlijk wel in het schema passen", zegt Rijpma-de Jong in de podcast Ben Schaatsen van Ben van der Burg names Helden. "En ik ben natuurlijk altijd wel iemand die graag heel veel wil. Hij probeert daar wel een beetje een goede balans in te vinden. Alleen, je wil altijd wel meer dan dat zij zeggen dat je mag."
Perfecte seizoen
Hoe dat in de praktijk uitpakt, ondervond ze bij de WK baanwielrennen. Bondscoach Nick Stöpler wilde haar meenemen voor de ploegenachtervolging, maar een trainingskamp van Reggeborgh ging voor. "Ik word natuurlijk wel betaald om te schaatsen. En daar heeft Gerard natuurlijk ook een punt", erkent ze.
Toch zit het haar nog altijd niet lekker. "Alleen dit was wel het perfecte seizoen waar ik mezelf ook kon laten zien op de baan. En dat vind ik gewoon heel erg zonde dat dat eigenlijk niet gebeurd is", zegt Rijpma-de Jong. "Dus het is wel af en toe wel frustrerend."
Nog veel te leren op de baan
Haar liefde voor de fiets is niet nieuw. Al bij haar vorige schaatstrainer Jac Orie blonk ze uit op de fietstesten, met een uitschieter van liefst 1750 watt. Zelf plaatst ze daar wel een kanttekening bij: die fiets is niet te vergelijken met tests bij Reggeborgh. Juist die kracht kreeg ze destijds niet goed kwijt op het ijs, waarna ze na zes jaar overstapte naar Van Velde. "Toen dacht ik wel van, als ik olympisch kampioen wil worden, dan moet er wel wat veranderen."
Toch beseft ze dat kracht alleen niet genoeg is op de wielerbaan. "Als je nog maar tien keer op de baan hebt gefietst, dan is er nog heel veel te leren", weet ze maar al te goed. Vooral strak in het wiel rijden en de juiste houding op het tijdritstuur vragen nog om finetuning. Eerst wacht dit weekend het World Cup-kwalificatietoernooi in Thialf, waar de 1500 meter haar prioriteit is. Haar droomscenario op lange termijn: in 2030 haar loopbaan afsluiten in Heerenveen, nadat ze twee jaar eerder in Los Angeles ook op de wielerbaan aan de olympische start heeft gestaan.
)