Het duurt nog vijftien dagen voordat de Vuelta a España begint, maar de organisatie heeft nu al een flinke domper te verwerken gekregen. Het parcours van de twintigste etappe moet worden aangepast.
Het noodweer in Spanje heeft ervoor gezorgd dat er aardverschuivingen geweest zijn. Hierdoor is het niet mogelijk om de Alto de Hazallanas te beklimmen.
De twintigste etappe van de aankomende Vuelta is op papier de zwaarste rit en daarmee de koninginnenrit van de Spaanse ronde. Om het parcours zo zwaar mogelijk te houden, heeft de organisatie een andere klim in het routeboek opgenomen. In plaats van de Alto de Hazallanas trekken de renners nu naar de Puerto de El Duque. Het is voor het eerst dat deze berg beklommen zal worden in de Vuelta.
Volgens de organisatie blijft de rit dus even zwaar. De Alto de Hazallanas was iets langer (7,4 kilometer) en steiler (gemiddeld 9,4%), maar ook de Puero de El Duque is een zware klim. Deze is 6,2 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,8%. Het maximale stijgingspercentage ligt op maar liefst 18%. Een stijle klim dus voor de Vuelta-renners.
Topfavoriet
Eén renner in het peloton zal er zijn hand überhaupt niet voor omdraaien: Tadej Pogacar gaat de Vuelta rijden en wil zo alle grote rondes op zijn naam schrijven. De Sloveen is de beste renner van het huidige wielrennen en misschien zelfs wel aller tijden.
Deze zomer schreef Pogi nog geschiedenis door voor de vijfde keer de Tour de France op zijn naam te schrijven. Na een sterke eerste week was de renner van UAE Team Emirates eigenlijk al niet meer te achterhalen, maar na het wegvallen van grote concurrent Jonas Vingegaard was de rode loper voor hem uitgerold.
De afgelopen jaren staat er simpelweg geen maat op Pogacar. De wereldkampioen wint vrijwel elke wedstrijd waar hij aan begint en dus vragen de fans zich af hoe dat toch kan. Een deel van zijn geheim lijkt nu te zijn onthuld.
Stel Sportnieuws.nl als voorkeursbron in op Google)