Nederland heeft bij zowel de mannen als de vrouwen een medaille gepakt op het EK wielrennen in Slovenië. Nienke Vinke eindigde vrijdag op het podium bij de beloftenvrouwen, waarna Jop van den Biggelaar zaterdag volgde bij de junioren. Voor beiden bleef het tot in de slotkilometers spannend.
De zeventienjarige Van den Biggelaar reed bij de junioren een wedstrijd van ruim 110 kilometer rond Šenčur. Onderweg wachtte vijf keer de Mozjanca: een beklimming van 2,1 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van ruim tien procent.
In de finale belandde hij met landgenoot Sven Wisse in een kopgroep van acht. Nederland had daarmee een sterke uitgangspositie, maar de Noor Elias Dybing zette de wedstrijd met een aanval naar zijn hand. Hij begon solo aan de laatste vijftien kilometer.
Van den Biggelaar grijpt zijn kans
Van den Biggelaar bleef strijden voor een medaille. In de slotkilometers reed hij met de Spanjaard Aitor Martínez weg bij de achtervolgers. Het duo kwam dichter bij Dybing, terwijl ook het peloton naderde.
De Noor hield stand en veroverde de Europese titel. Martínez eindigde als tweede, Van den Biggelaar pakte brons. Een flinke stap vooruit ten opzichte van het WK in Montréal, waar de Nederlander vorige week twintigste werd.
Opnieuw zilver
Vrijdag had Vinke al een medaille veroverd bij de beloftenvrouwen. Op de laatste beklimming sloot ze met wereldkampioene Viktória Chladoňová aan bij landgenote Megan Arens en de Zwitserse Mara Winter.
Met twee Nederlanders in de kopgroep bleef goud binnen bereik. Een achtervolgende groep kwam in de slotkilometers echter gevaarlijk dichtbij, waardoor de vier moesten blijven doorrijden. Uiteindelijk besliste een sprint de wedstrijd: Winter won, Vinke pakte zilver en Chladoňová brons. Arens werd vierde.
Voor Vinke was het haar tweede zilveren medaille in korte tijd. Op het WK eindigde ze ook als tweede in de beloftentijdrit. De wegwedstrijd in Canada verliep minder gelukkig: door materiaalpech moest ze daar genoegen nemen met de dertiende plaats.
)