Harrie Lavreysen (29) is hard op weg om een onmisbare naam te worden in de Nederlandse sportgeschiedenis. Alleen schaatster Ireen Wüst (40) heeft meer gouden olympische plakken in het nachtkastje dan de dominante baanwielrenner. Hoe kijkt de Brabander naar die medaillestrijd?
Lavreysen heeft na het recente WK baanwielrennen inmiddels 23 wereldtitels in zijn bezit. Bij de Spelen van Tokio in 2021 en Parijs in 2024 vergaarde hij vijf gouden medailles. Hij beschouwt de sprint als het koningsnummer van het baanwielrennen en laat dat nou net het onderdeel zijn waarop hij onklopbaar is. Lavreysen is achtmaal achter elkaar de sprintkampioen van de wereld geworden.
Schaatsicoon Ireen Wüst
De enige Nederlandse sporter met meer gouden medailles dan Hattrick Harrie (hij heeft diverse keren driemaal goud behaald op het WK) is schaatsicoon Wüst. Ze staat op zesmaal goud, vijfmaal zilver en tweemaal brons. Natuurlijk is er wel de kanttekening dat er in veel sporten niet zoveel medailles te winnen zijn als bij schaatsen en baanwielrennen. Handbal, om maar eens iets te noemen, deelt per geslacht tenslotte maar één olympische titel uit, terwijl het schaatsen onderhand per geslacht acht onderdelen telt.
Maar toch: nu Lavreysen zo dichtbij de top van het Nederlandse olympisch medailleklassement is, wil hij vast in 2028 bij de Spelen in Los Angeles Wüst inhalen. In het programma De Perstribune werd hij daarover aan de tand gevoeld.
'Oh!'
"Je kan in LA de meest gelauwerde olympiër worden van Nederland. Je moet twee gouden medailles winnen om Wüst voorbij te gaan. Hoe belangrijk is dat op een schaal van nul tot tien eigenlijk voor je?", zo luidt de vraag.
Waarop Lavreysen zegt: "Nul, denk ik." Dat verbaast presentatrice Margreet Reijntjes. "Oh!", ontsnapt uit haar keel. "Ik vind.. Dat is iets wat zo buiten mijn sport staat", verklaart de baanwielrenner. "Het is iets heel groots, denk ik. Maar ik zit heel erg in mijn eigen sport. Ik wil er in LA zo goed mogelijk staan en hoop een betere versie van mijzelf te worden. Ik neem het daar op tegen mijn tegenstanders. Het voelt niet zo dat ik het opneem tegen Wüst."
)