Na zijn Formule 1-carrière vervolgde Robert Doornbos zijn loopbaan in de Amerikaanse IndyCar. Daar maakte de oud-coureur van alles mee, maar één bizarre ervaring is hem altijd bijgebleven. In een podcast deelt hij nu een opvallende anekdote.
De eerste week van de Indy 500 zal Robert Doornbos nooit meer vergeten. Na een veelbelovende start in de eerste vrije trainingen ging het een dag later gruwelijk mis. De voormalig Formule 1-coureur maakte een gigantische klapper, al kan hij er inmiddels om lachen. "Die Amerikanen zijn knettergek", begint hij.
"Dan kwalificeer je jezelf. Dan krijg je al 250.000 dollar startgeld. Op een gegeven moment was ik veel te vroeg in de race aan het pushen en crashte ik; echt een megaklapper. In de muur, auto helemaal plat", vertelt hij in de podcast De Dutch Dragons.
Gevaarlijk?
Of dat gevaarlijk is? Doornbos is resoluut. "Wij rijden gemiddeld 380 kilometer per uur, dus dat is best gevaarlijk. Ik klap in de muur en haalde op het verkeerde moment adem. Ik had een ingeklapte long en mijn rib was gebroken", aldus de oud-coureur.
Doornbos werd, terwijl hij zwaar gehavend uit zijn auto kwam, geholpen door de marshals langs het circuit. Ook dat ging volgens de in Dubai woonachtige oud-coureur op een bijzondere manier. "Die haalden me uit de auto en vroegen: 'Robby, are you okay?' Nog voordat ik antwoord gaf, duwden ze mijn duim omhoog en werd ik afgevoerd naar het ziekenhuis."
'Dat is typisch Amerika'
In het ziekenhuis dacht Doornbos nog na over de zware crash. Niet veel later kreeg hij echter opvallend bezoek. "Dat is typisch Amerika... die hebben prijzengeld voor alles", leidt hij zijn anekdote in.
"Er kwam een Amerikaanse organisatie binnen met een cameraploeg. Ik dacht nog: wat attent. Vervolgens kwamen ze aanzetten met een kartonnen cheque van 100.000 dollar voor de klapper van de week", vertelt hij lachend.
,fit(480:))