Marcel Bosker stond afgelopen seizoen in de schijnwerpers na de gebeurtenissen op de Olympische Spelen. De schaatser werd daarna Nederlands kampioen allround en besloot na het schaatsseizoen een nieuwe uitdaging aan te gaan: de marathon van Rotterdam. “Dat was geen pretje.”
Na de teleurstelling op de Olympische Spelen afgelopen winter in Milaan, waar Bosker op de ploegenachtervolging werd gepasseerd en elfde werd op de 5.000 meter, kijkt de schaatser al vooruit naar de volgende Olympische Spelen over vier jaar in Thialf. “Zo’n cadeautje dat het in Nederland is. Echt fantastisch”, vertelt Bosker na de teampresentatie van Team Reggeborgh. “Maar je moet eerst vier jaar lang heel hard knokken om je te plaatsen. Het is wel een doel waar ik voor wil gaan.”
'Nu ben ik mentaal toch veranderd'
Zijn doel voor dit seizoen is duidelijk, al heeft hij ook andere sporten ontdekt. “Dit jaar leg ik echt de focus op de tien kilometer. Daar wil ik mijn afstand van maken”, vervolgt de topschaatser tegenover Sportnieuws.nl. “Of ik last heb van een post-olympische dip? Na de Olympische Spelen in Beijing van 2022 had ik er echt moeite mee. Toen was alles ook net mislukt; geen medaille gehaald. Ik dacht echt: pff, moet ik vier jaar wachten? Nu ben ik mentaal toch veranderd. Meer in de zin van plezier halen uit uitdagingen buiten het schaatsen.”
De schaatser ontdekte andere manieren om zichzelf uit te dagen. “Ik heb het plezier gevonden in extreme duursporten. Heel lang fietsen, marathons rennen; dat gaat me goed af. Ik ben daar eigenlijk niet voor gebouwd, maar dat vind ik mooie uitdagingen”, vertelt Bosker.
Marathon van Tokio
Afgelopen april rende hij al de marathon van Rotterdam. “Het doel was onder de drie uur, dat heb ik net gehaald. Ik liep lange tijd op 2 uur en 54 minuten, maar de laatste drie kilometer ging het helemaal mis; alles schoot in de kramp. Dat was geen pretje", weet hij nog maar al te goed.
Bosker heeft zich voor nu nog niet ingeschreven voor een nieuwe marathon. “Maar we eindigen het schaatsseizoen met het WK in Bejijng. Een week later heb je de marathon van Tokio. Als je toch in de buurt bent, zou je net zo goed kunnen meedoen”, geeft de schaatser aan. “Ik heb dan alleen weinig tijd om voor te bereiden. De marathon van Rotterdam kwam ook niet perfect uit; ik had slechts vijf weken tussen het WK schaatsen en de marathon. Het was genoeg om op te trainen om onder de drie uur te lopen. Als ik Tokio zou lopen, moet ik gewoon de finish halen binnen 3,5 uur. Fit genoeg ben ik wel, maar niet loopfit.”
)