Ploegbaas Iwan Spekenbrink heeft van zich laten horen nadat zijn wielerploeg wielerploeg Picnic-PostNL afgelopen maand onder vuur is komen te liggen vanwege een vermeende angstcultuur. De ploegbaas trekt vooral de objectiviteit van wielerjournalist Thijs Zonneveld, die meewerkte aan het onderzoek, in twijfel: "alsof je een onderzoek naar Heineken laat uitvoeren door Grolsch."
Het onderzoek van de NOS en de podcast In De Waaier, waar Thijs Zonneveld maker van is, omhelst gesprekken met liefst 71 betrokkenen binnen de Nederlandse wielerploeg Picnic-PostNL. Daarin blijft er geen spaan heel van het bestuur, waarvan Spekenbrink aan het hoofd staat van de sportieve tak. Hij is vooral verbijsterd over de rol van Zonneveld in het onderzoek.
"Hij is in dienst van een concurrerende ploeg", vertelt Spekenbrink in gesprek met De Telegraaf. "Zeker als je kijkt naar het aantrekken van jonge Nederlandse renners. Als je zo’n onderzoek doet, is het belangrijk dat je duidelijk stelt dat je deel uitmaakt van een rivaliserende wielerploeg."
Een belangenconflict?
De ploegbaas trekt niet alleen de neutraliteit van Zonneveld in twijfel, maar ook de bronnen die hij opvoert in het onderzoek en stelt dat er sprake is van een belangenconflict. "Hij heeft een renner opgevoerd die bij hem rijdt (Martijn Tusveld, red.). Dit is alsof je een onderzoek naar Heineken laat uitvoeren door Grolsch."
"In zijn geval is het ook nog eens zo dat hij een commercieel platform heeft dat afhankelijk is van 'clicks'", vervolgt Spekenbrink. "Laat duidelijk zijn dat ik niets wil afdoen aan de mening van mensen. Maar in zijn geval is er sprake van belangenverstrengeling."
'Spijtig dat dat geen plek heeft gekregen'
Ook over de rol van de NOS in het onderzoek is Spekenbrink niet te spreken. "We hebben de NOS aangeboden een professioneel en volledig onafhankelijk onderzoek te doen en ook de mensen te bevragen die momenteel bij ons werken. Die kant van het verhaal wilden ze niet eens horen. We hebben de mogelijkheid gegeven om hen uit te leggen en mee te nemen hoe we werken. Dat wilden ze eveneens niet; het is spijtig dat dat geen plek heeft gekregen."
)