Patrick Roest zit nog altijd in de lappenmand en het is nog altijd niet duidelijk wanneer hij zijn eerste wedstrijd weer rijdt. De Nederlandse topschaatser (30) kampte eerst met een ontstoken kies en een nare nasleep daarvan. Maar nu blijkt hij een nieuwe, opmerkelijke blessure te hebben. Dat meldt zijn team Reggeborgh.
De schaatser uit Lekkerkerk kampt met een bewegingsstoornis genaamd dystonie. Het team noemt het 'een lichte mate van een zwabbervoet'. Roest heeft er veel hinder van. "Het gaat om een aansturing vanuit de hersenen. Daardoor kan ik mijn linkervoet soms niet meer neerzetten zoals ik dat wil. Ik weet hoe ik moet schaatsen en hoe ik het altijd heb gedaan, maar dat signaal komt niet altijd goed meer door", zegt hij op de website van zijn team.
Hij is wel weer aan het trainen, maar nog ver verwijderd van zijn oude zelf, waarmee hij onder meer drie keer wereldkampioen allround werd. Ook won hij in 2018 en 2022 olympisch zilver op de 1500, 5000 en 10.000 meter, evenals brons met de ploegenachtervolging. Maar de laatste jaren, eigenlijk sinds 2025, ontbreekt van Roest regelmatig ieder spoor op de podia en zelfs tijdens wedstrijden überhaupt.
De vreselijke twee jaar lieten hun sporen na op Roest. “De afgelopen seizoenen zijn niet de leukste jaren uit mijn carrière geweest. Ik ben heel blij met de vrijheid die ik van Schaatsteam Reggeborgh heb gekregen om een andere route te bewandelen. Op momenten dat het helemaal niet ging, is de gedachte om te stoppen natuurlijk wel eens door mijn hoofd gegaan. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik klaar ben met schaatsen. Fysiek voel ik me sterk en ik weet dat ik nog heel hard kan schaatsen als ik dit onder controle krijg. Ik ben nog niet klaar om afscheid te nemen. Daarom ben ik blij met deze kans.”
Nog geen rentree
Roest mocht apart van de groep trainen en bracht daarnaast veel tijd door op de boerderij van zijn ouders. “Die individuele aanpak en de ontspannen omgeving hebben mijn herstel goed gedaan.” Dat merkt hij op trainingen nu. “Ik zie dat ik progressie maak. Het lukt steeds beter om mijn techniek onder controle te houden. Dat geeft vertrouwen. Ik heb steeds meer dagen dat het goed gaat, al zitten er ook nog mindere dagen tussen. Ik wil pas een wedstrijd rijden wanneer ik met vol vertrouwen aan de start kan staan. Voor nu is het vooral belangrijk dat ik de stijgende lijn vasthoud.”
)