Mark Cavendish weet als geen ander hoe bijzonder winnen op de Champs-Élysées is. De Britse sprintlegende zegevierde er vier keer op rij en zag de traditionele sprintersfinale de afgelopen jaren veranderen. Aanvankelijk was hij daar fel op tegen, maar inmiddels kijkt hij anders naar de Parijse slotrit.
Sinds 2025 moeten de renners in de laatste Touretappe over de kasseien van Montmartre. Daarmee kregen aanvallers een extra kans om het feest van de sprinters te verstoren. Ook in het donderdag gepresenteerde parcours voor 2027 is de klim opgenomen.
Voor Cavendish was de aankomst in Parijs jarenlang een hoogtepunt. Tussen 2009 en 2012 won hij er iedere editie. "De finish op de Champs-Élysées was altijd de reden voor een sprinter om de Tour te finishen", vertelt hij bij Eurosport.
Van Aert en Van der Poel
De toevoeging van Montmartre leverde twee spectaculaire finales op. In 2025 reed Wout van Aert op de laatste beklimming weg bij Tadej Pogacar. Dit jaar trokken Mathieu van der Poel en de Sloveen samen ten aanval.
Van der Poel schudde Pogacar in de slotkilometer af en hield op de streep net genoeg over om de achtervolgers voor te blijven. Ploeggenoot Jasper Philipsen sprintte daarachter naar de tweede plaats.
Cavendish geeft ongelijk toe
Juist die ontknopingen hebben Cavendish overtuigd. "Om eerlijk te zijn, was ik erop tegen toen de Montmartre-beklimming voor het eerst op het programma stond. Ik heb me daar ook fel over uitgesproken."
Na het zien van de wedstrijden moest hij zijn oordeel bijstellen. "Maar als je ziet hoe de wedstrijd zich telkens heeft ontplooid, dan moet ik toegeven dat ik verkeerd zat."
De Brit ziet bovendien nog mogelijkheden voor sprinters. Volgens hem biedt de afstand tussen de laatste beklimming en de finish ruimte om terug te keren. Een massasprint is daarmee niet uitgesloten.
Zelf hoeft hij die achtervolging niet meer aan te gaan. "Ik ben blij dat ik het niet hoef te doen!", lacht Cavendish. Over de klim is hij inmiddels duidelijk: "Het is zeker een toevoeging aan de slotdag."
)