Maarten van der Weijden is maandagochtend begonnen aan zijn laatste grote zwemtocht. De oud-topzwemmer legt in zes dagen tijd 270 kilometer af, verspreid over 22 Nederlandse steden, om geld op te halen voor het Prinses Máxima Centrum. Die inzet wordt door het Nederlandse publiek massaal beloond.
Van der Weijden kreeg tijdens zijn zwemcarrière te maken met acute leukemie, waar hij uiteindelijk van herstelde. Sindsdien staat hij bekend om zijn extreme zwemtochten voor het goede doel. Zo legde hij in 2019 onder grote belangstelling de Elfstedentocht zwemmend af, nadat een eerdere poging een jaar eerder door ziekte moest worden gestaakt. Via zijn stichting haalde hij door de jaren heen al bijna 18 miljoen euro op. Zijn nieuwste en langste beproeving ooit ging maandagochtend van start.
Teller loopt flink op
Het enthousiasme voor de tocht vertaalt zich meteen ook in het inzamelbedrag. Na de eerste dag staat de teller al ruim boven de 100.000 euro. Meer dan 3.800 donaties kwamen al binnen. Alle opbrengsten komen volledig ten goede aan onderzoek naar de directe en late gevolgen van kinderkanker.
De tocht ging maandagochtend van start in Van der Weijdens woonplaats Vught. Via onder meer Den Bosch, Tilburg, Breda en Gouda zwemt hij richting Utrecht, waar hij zaterdag 22 augustus hoopt te finishen bij het Prinses Máxima Centrum. Daar wil hij de opgehaalde cheque persoonlijk overhandigen aan de Prinses Máxima Centrum Foundation.
Van der Weijden legde op de eerste dag uiteindelijk 53 kilometer af. Hij kwam in de avond aan in Oosterhout. Daar overnacht hij in een hotel en dan gaat hij dinsdag weer verder met zijn uitdaging. Van der Weijden vond het bijzonder wat hij meemaakte op de eerste dag: "Wat een dag. Wat een mensen. En wat is er ongelooflijk veel geld opgehaald! Survivors, bekende én onbekende Nederlanders, collega’s, de crew en iedereen langs de kant: jullie hebben dag één onvergetelijk gemaakt. Dit smaakt naar héél veel meer!", schreef hij op Instagram.
Emotionele start
De start van de tocht kreeg een bijzonder tintje door de aanwezigheid van de achtjarige Iris, die zelf in het Prinses Máxima Centrum tegen kanker strijdt. Ondanks hoge koorts vrijdag en een rechtstreekse rit uit het ziekenhuis, was ze er maandagochtend toch bij. "Ziek zijn is niet fijn. Maar als ik niet ziek was, was Maarten nu niet mijn vriend. En dat is wel fijn", vertelde ze aan het Algemeen Dagblad.
Voor Van der Weijden, die zelf ooit herstelde van acute leukemie, is de missie persoonlijk. "Ik had niet alleen het geluk om te herstellen van kanker, maar ook dat ik geen blijvende schade heb overgehouden aan de behandelingen. Veel kinderen hebben dat geluk niet", verklaarde hij eerder over zijn drijfveer voor de tocht.
)