Tadej Pogacar is de beste wielrenner van het moment en misschien wel aller tijden. De Sloveen won al vijf grote rondes en is ook dit jaar weer op dreef. Superlatieven komen tekort om de 27-jarige wereldkampioen te bewieroken. Hoe kijkt hij zelf naar alle commentaren over hem?
Dit seizoen won Pogi al in Strade Bianche, Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen, de Ronde van Romandië en werd hij in de sprint geklopt door Wout van Aert in een nieuwe poging om Parijs-Roubaix te veroveren. Zijn indrukwekkende prijzenkast maakt hem nu al tot de beste van zijn generatie en wellicht wel meer dan dat.
Hoe kijkt Pogacar zelf naar deze labels, zoals 'recordman'? "Natuurlijk ben ik blij als mensen zeggen dat ik speciaal ben, maar ik denk dat ze dan uitsluitend verwijzen naar wat ik doe op de fiets", verklaarde hij in een interview met RSI, de Zwitserse nationale televisie, tijdens de door hem gewonnen Ronde van Romandië.
'Verder ben ik heel gewoon'
"Ik heb het geluk dat ik benen, longen en een hart heb die me in staat stellen iets bijzonders te doen op de fiets, ja, maar verder ben ik een heel gewoon persoon. In het dagelijks leven doe ik normale dingen, net als iedereen: ik kook lunch en avondeten, maak mijn appartement schoon, regel papierwerk en ga naar de supermarkt."
Het feit dat hij op zijn 27ste al in de wielergeschiedenis staat en hij nog altijd topjaren voor de boeg lijkt te hebben, doet hem zelf niet zoveel. "Of dit label me stoort? Ik let er niet zo op. Maar als bepaalde dingen constant worden herhaald in persconferenties, interviews en tijdens races, is het moeilijk om het niet op te merken."
Pogacar vervolgt: "Eerlijk gezegd ben ik echter niet het type dat iets najaagt. Ik ren nergens achteraan. Ik wil gewoon in het moment leven, genieten van wat ik nu heb en zien waar de weg me heen leidt. En als ik een paar records breek, dan breek ik ze, zo niet, dan maakt het niet uit. Ik ben er niet geobsedeerd door", verzekerde hij. "Het is duidelijk dat niets vanzelf komt, dat alles inspanning vergt. Goede dingen vragen om inspanning. Wat je ook doet, er is hard werken voor nodig om het te bereiken."
'Altijd blij, zelfs als ik verlies'
In 2026 staan de Ronde van Zwitserland, de Tour de France, misschien de Vuelta en het WK op het programma als zijn hoogste doelen. "Het geheim? Ik heb geen geheimen. Ik weet alleen dat ik boos word. Niet als ik verlies, maar als ik niet op mijn best presteer. En als dat niet vaak gebeurt, is dat omdat ik mezelf altijd tot het uiterste drijf en gemotiveerd ben om alles te geven. Ja, ik ben altijd redelijk blij, zelfs als ik verlies."
Volg Sportnieuws.nl op Google Discover)