Estavana Polman zal voor altijd tot een generatie behoren die het handbal op de kaart heeft gezet in Nederland. Met als ultieme bekroning de wereldtitel in 2019. Sinds afgelopen WK is Polman gestopt bij de Oranje-handbalsters en dat voelt helemaal goed. Met veel trots blikt ze terug op haar jarenlange dienstverband bij de nationale ploeg.
Het WK in eigen land afgelopen winter was de perfecte afsluiting voor Polman (33), vindt ze na een paar maanden nog altijd. "Je doet alsof het normaal is. Aan het einde van je leven besef je pas hoe gelukkig je bent dat je dit hebt meegemaakt. Hoe dichter ik bij het einde kwam, hoe meer ik dacht: 'Wauw, wat geweldig dat we dit mogen doen'", zegt ze in gesprek met Fanatik in Roemenië, waar ze nog steeds voor Rapid Boekarest op hoog niveau actief is.
'Kon elk moment in tranen uitbarsten'
"Op de ochtend van de laatste wedstrijd stapte ik in de bus, mijn hele familie was er en mijn vrienden. En ik zei nog een laatste keer tegen ze: 'Jongens, geniet ervan'. En toen voelde ik dat het anders was, ik zei dat ik elk moment in tranen zou uitbarsten. Toen besefte ik: dit is het dan. Toen het voorbij was, was er ook een gevoel van opluchting, dat het iets goeds was geweest."
'Lange tijd hadden we helemaal niets'
En goed was het: in vijftien jaar bij Oranje speelde ze 207 interlands en scoorde ze 685 keer. Maar in 2010 tijdens haar debuut zag de handbalwereld, zeker in Nederland, er nog veel minder rooskleurig uit. "Soms moesten we trainingen overslaan om te kijken welke sponsors we konden vinden. We hadden geen eigen uitrusting, we gaven onze shirts aan elkaar door. We hadden geen geld, we hadden helemaal niets. De weg naar het WK-goud in 2019 was nog mooier dan de medaille. Want het was niet altijd even mooi, lange tijd hadden we helemaal niets."
Bloemen en douchegel
Uiteindelijk groeiden de Nederlandse handbalsters uit tot olympiërs en medaillewinnaars op eindtoernooien. "We waren zo blij. Voor de eerste medailles kregen we een bloem en iets om ons mee te wassen. Plus een bal met onze naam erop, en we waren er allemaal heel blij mee. Het ging ons niet om het geld, het ging om de trots om ons land te vertegenwoordigen, om met deze generatie iets te bereiken. Dat is ons gelukt en ik ben er heel trots op dat ik deel heb uitgemaakt van dat team."
)