Snowboarders Melissa Peperkamp en Romy van Vreden verdedigen de Nederlandse eer op de Olympische Spelen in Milaan. Daar moeten ze al snel aan de bak, want zondag is het bal voor de twee. Ze hebben een duidelijk doel voor ogen op de Winterspelen.
Voor snowboardsters Melissa Peperkamp en Romy van Vreden is de eerste opdracht zondagavond dat ze bij de beste twaalf moeten eindigen in de kwalificatie van het onderdeel Big Air van de Olympische Spelen. "Eerst top 12, alles wat daarna in de finale gebeurt is een verrassing, een andere wedstrijd", kijkt Peperkamp vooruit.
Training op stellage
Bij de Spelen vier jaar geleden in Beijing eindigde de toen 17-jarige Peperkamp als zesde op de Big Air, een grote schans waarop de snowboarders hun beste sprong moeten laten zien. Voor de 20-jarige Van Vreden is het haar debuut op de Spelen. Enkele dagen voordat de Spelen beginnen, zijn Peperkamp en Van Vreden in afwachting van hun eerste training op de schans, die op een stellage hoog uittorent op het terrein met op de achtergrond de rest van het snowpark van Livigno. De piste voor de slopestyle, een parcours met rails en schansen, ligt erachter klaar voor later tijdens de Spelen.
'Ik wil naar beneden'
"Ondanks dat we het zo vaak doen, blijft het altijd een beetje spannend als je de eerste keer van een schans gaat", zegt Van Vreden. "Maar het is gewoon een Big Air, alleen staat die nu in Livigno, op de Olympische Spelen. Uiteindelijk is het een schans waar ik met twee sprongen op ga landen." Peperkamp en Van Vreden kregen informatie van de testrijders die afgelopen zondag als eerste van de schans gingen. "Een aantal van die gasten kennen we ook goed. Zij zeiden: normaal is het best vervelend om zo'n jump op een stellage te rijden, maar dit was echt heel leuk. Het begint nu wel te kriebelen, ik wil daar naar beneden."
'Tachtig procent onder controle'
Een voorspelling voor de wedstrijd vinden ze lastig te geven, mede omdat ze nog geen jump hebben gedaan. "We hebben allebei twee 'tricks' in ons hoofd die we gaan doen en dan nog voor de finale", zegt Peperkamp. "Iedere snowboarder gaat hier alles laten zien om in de top 12 te komen en heeft dan voor de finale nog troeven die hij niet honderd procent, maar tachtig procent onder controle heeft."
)