Een etappe kan tot op de kilometer worden uitgetekend, maar hoog in de Alpen houdt de Tour de France zich zelden aan het verwachte scenario. Zeker niet zaterdag, wanneer de koninginnenrit na een slopende tocht door het hooggebergte voor de tweede dag op rij eindigt op Alpe d’Huez. Zelfs Hennie Kuiper, die in de Tour twee keer won op de Nederlandse berg en het gebied als weinig anderen kent, houdt rekening met een etappe waarin de koers volledig uit de hand kan lopen.
De oud-wereldkampioen won in 1977 en 1978 op Alpe d’Huez en keerde daarna talloze keren terug naar de plek waar hij wielergeschiedenis schreef. Toch biedt al die ervaring hem nauwelijks houvast wanneer hij in gesprek met Sportnieuws.nl vooruitkijkt naar de twintigste etappe. "Met die zaterdagrit heeft niemand ervaring", waarschuwt Kuiper. "Ik ben heel vaak op Alpe d’Huez geweest en ken daar veel mensen. Maar dat achterland waar ze nu doorheen gaan, is heel bijzonder."
Monsterlijke tocht door de Alpen
De Tour heeft zijn zwaarste beproeving tot het slotweekend bewaard. In 170,9 kilometer krijgen de renners liefst 5450 hoogtemeters voorgeschoteld, met achtereenvolgens de Croix de Fer, de Télégraphe en de Galibier. Op 2642 meter ligt daar het dak van deze Tour, waarna ook de Col de Sarenne en Alpe d’Huez nog wachten.
Waar vrijdag de traditionele beklimming door de 21 haarspeldbochten wordt afgewerkt, bereikt het peloton Alpe d’Huez zaterdag via de andere kant. De weg over de Col de Sarenne werd in 2013 al gebruikt als afdaling, maar wordt nu voor het eerst in de Tour als beklimming gebruikt. Het levert een etappe op die nauwelijks te vergelijken is met eerdere aankomsten op de beroemde berg.
Na bijna drie weken koers kan de combinatie van hitte, hoogte en vermoeidheid genadeloos toeslaan. "Als ze daar bij 35 graden moeten rijden, met bijna geen bossen en weinig zuurstof, kan het heel raar worden", voorspelt Kuiper. "Daar is nog heel weinig over te zeggen. Dat achterland waar ze nu naartoe gaan, kennen de renners niet op deze manier. Er zullen nog wel bijzondere dingen gebeuren."
‘Een film van drie weken’
Dat de organisatie voor twee opeenvolgende aankomsten op Alpe d’Huez kiest, vindt Kuiper gedurfd. Precies daarin schuilt volgens Kuiper de kracht van de Tour. "De grootste wielerwedstrijd ter wereld probeert niet alleen de sterkste renner aan te wijzen, maar bouwt drie weken lang toe naar een ontknoping waarin niets vanzelfsprekend mag zijn. De Tour de France presenteert eigenlijk een film van drie weken. Ze blijven iets nieuws bedenken en het blijft spannend tot de laatste dag. Twee keer naar Alpe d’Huez is ook weer apart. Het is heel bijzonder hoe ze dat opbouwen."
Zelfs met bijna een halve eeuw aan herinneringen op de berg durft Kuiper geen vast scenario voor zaterdag te schrijven. "Daarvoor is de route te zwaar, het terrein te onbekend en de grens tussen controle en complete instorting te dun. Er zullen daar nog wel bijzondere dingen gebeuren."
Stel Sportnieuws.nl als voorkeursbron in op Google)