De Belgische topwielrenster Lotte Kopecky is dertig jaar oud, maar over het moederschap wil ze voorlopig nog niet nadenken. De voormalig wereldkampioene van SD Worx zegt voorlopig geen kinderwens te hebben en wil zich eerst richten op de laatste jaren van haar succesvolle carrière. En ook daarna ziet ze een zwangerschap en baby niet zomaar gebeuren.
"Ik ben blij dat ik voorlopig geen kinderwens heb", roept Kopecky verbaasd en grappend uit bij het zien van foto's van zichzelf over tien jaar, gemaakt door AI door Het Laatste Nieuws in België. De toprenster wordt ook zo gemaakt hoe ze eruit zou zien als ze zwanger is (geweest). “Kinderen zijn iets heel moois, maar als je ervoor kiest, draait je hele leven daar omheen. Daar ben ik op dit moment niet klaar voor. Momenteel is dat hoe ik erover denk, maar dat wil niet zeggen dat het niet nog kan veranderen.”
'Dat wil ik dan niet meteen'
Kopecky wil zondag eerst Parijs-Roubaix winnen en vervolgens nog jaren koersen om haar grote liefde en passie uit te oefenen. Daar past nu nog geen kind in en meteen erna ook niet per se, zegt ze. “Dat is al een tijdje zo. Ik geef nu mijn leven aan de sport, heb heel weinig tijd voor familie en moet nog andere opofferingen doen. Wanneer ik stop met koersen, wil ik niet meteen mijn leven weer opzij zetten voor anderen of niet kunnen reizen omdat mijn leven dan 24/7 in het teken van een kindje zou staan."
23 jaar oudere vriend
Haar 23 jaar oudere vriend Axel Merckx, ook oud-wielrenner, is ook onderdeel in de eventuele kinderwens van Kopecky. "Veel hangt af van hoe de partner erin staat, maar ik denk niet dat ik het zelf zou kunnen. Ik weet hoe druk mijn dagen er nu al uitzien en denk niet dat ik ook nog een huilende baby zou kunnen verdragen", zegt de Belgische, die zichzelf wel een kindervriend noemt maar dat ook niet heilig vindt.
'Leuk en vermoeiend'
"Ik vind kinderen superleuk, maar tegelijk ook supervermoeiend. Wanneer ik eens een paar uur op een kindje heb mogen babysitten, ben ik ook altijd blij wanneer de moeder het weer kan overnemen.”
)