Bij diverse schaatsteams is de voorbereiding op het nieuwe seizoen gestart, wat ook inhoudt dat van ploeg gewisselde schaatsers moeten aarden in een andere omgeving. Dat gaat soms met plagerijtjes, zoals het Team Reggeborgh van sprintwereldkampioen Jenning de Boo.
De succesploeg van coach Gerard van Velde maakte in maart van dit jaar bekend dat het achttienjarige talent Kai-Arne Ottenhoff deel gaat uitmaken van de ploeg. Ten opzichte van teamgenoten als De Boo, Femke Kok en Kjeld Nuis is de nieuweling meer gespecialiseerd op de langere afstanden. Ottenhoff volgt in de voetsporen van De Boo, want ook hij reed de afgelopen jaren vooral als shorttracker rond. Nu gaat hij ook langebanen.
Zekers, zeker
Vrijdag postte Team Reggeborgh op zijn socials een video over een fietstraining waaraan de schaatsers werden onderworpen. Aan Ottenhoff stelt de videomaker de vraag of het zijn eerste fietstochtje is in het groen-zwart van het team. Zijn korte reactie is: "Zekers."
En daarna komt een soortgelijk antwoord op de vraag of hij er zin in heeft. "Ja, zeker, zeker." Is hij bekend met fietstraining als schaatser? "Ja, voor mijn doen zeker", zegt hij. "Wel een stuk meer dan vorig jaar, maar nu voor het eerst met de jongens mee, dat is wel even wat anders, denk ik."
Jenning de Boo
In de rest van het vraaggesprekje komen de woorden 'zeker' of 'zekers' niet meer uit zijn mond, maar dan is het kwaad al geschied. Door in zijn eerste reacties die termen zo vaak te gebruiken, hebben zijn collega's een mikpunt gevonden om Ottenhoff te 'ontgroenen'. Jenning de Boo reageert droogjes op de post met: "Zekers." Schaatser Stefan Westenbroek houdt er toch een twijfelachtig gevoel van over en schrijft: "Zeker?"
Meetrainen
Ottenhoff is geen onbekende bij de Reggeborgh-trein, want hij reed al tussen de grote namen van de ploeg mee. “Ik mocht al een paar keer met ze meetrainen en voelde me direct welkom", zei hij in maart. "Ik werd er door de rijders meteen bij betrokken en kreeg al tips. Het team straalt veel plezier uit en daarnaast zijn ze professioneel. Ook het technische verhaal van Gerard van Velde spreekt me erg aan.”
)