De val van Annemiek van Vleuten in Rio tijdens de Olympische Spelen van 2016 staat bij velen op het netvlies gebrand. De toenmalig Nederlands wielrenster was op weg naar wat de mooiste dag van haar carrière had kunnen worden, maar belandde in een nachtmerrie. Toch beleefde ze het zelf heel anders dan de rest van de wereld, haar licht ging letterlijk uit. Nu, als moeder van een zoontje van acht maanden, beseft ze pas goed wat die carrière haar naasten heeft gekost.
Van Vleuten herinnert zich nog dat ze de bocht niet kon houden, daarna werd alles zwart en werd ze wakker in het ziekenhuis. Het beeld dat bij iedereen op het netvlies staat gebrand, heeft ze zelf nooit bewust meegemaakt. "Voor vrienden en familie roept het vaak meer emotie op dan voor mij. Zij gaan echt terug naar dat moment", vertelt ze in het radioprogramma De Perstribune op NPO Radio 1.
Groot litteken
De val liet wel sporen na. Van Vleuten, die voor Rio bekendstond als een uitstekende daalster, verloor na de crash nooit meer haar angst voor afdalingen volledig. "Soms kom je een bocht in en denk je ineens: ik ga deze niet houden. Dat gevoel van controleverlies is echt heel naar. Het voelt als een soort litteken op je ziel." Ze dacht zelfs serieus na over EMDR-therapie, maar pakte het uiteindelijk anders aan door bewust haar grenzen op te zoeken in trainingsafdalingen, met samengeknepen billen achter ploeggenoten aan.
Toch kijkt Van Vleuten niet alleen met pijn terug op die Spelen. De val maakte juist iets los en bracht nieuwe inzichten. Ze ontdekte dat ze bergop tot de allerbesten behoorde. "Ik was op die Olympische Spelen misschien wel de beste bergop. Dat gaf vertrouwen. Het gevoel van: als ik me hier echt op toeleg, zit er nog veel meer in." Rio smaakte naar meer en dat bleek geen loze belofte. Van Vleuten won daarna wereldtitels, klassiekers en grote rondes, en kroonde zich in Tokio in 2021 alsnog tot olympisch kampioene.
Maniak
Niet alleen de val liet een stempel achter. Van Vleuten werd door de media jarenlang weggezet als 'de maniak', een topsporter met oogkleppen op die alleen aan wielrennen dacht. Een beeld waar ze zich absoluut niet in herkende. "Mijn vrienden, familie en ikzelf herkenden mij daar helemaal niet in. Ja, ik werkte extreem hard voor mijn sport, maar er was altijd balans." Ze leerde er uiteindelijk mee om te gaan door gewoon haar eigen verhaal te vertellen in plaats van zichzelf voortdurend te verdedigen.
Een mooi voorbeeld daarvan was de reportage die de NOS maakte over haar hoogtestage in Colombia. Mensen dachten aanvankelijk dat ze daar helemaal alleen en afgesloten van de wereld zat. Maar na de uitzending stroomden de reacties binnen: wat heeft ze het daar mooi voor elkaar, wat ziet dat leven er bijzonder uit. "Zonder mezelf te verdedigen veranderde het beeld vanzelf", aldus Van Vleuten.
'Als moeder kijk je er anders naar'
Nu ze zelf moeder is, ziet Van Vleuten haar carrière in een ander licht. Ze hoopt niet dat haar dat zoontje ooit profwielrenner wordt. "Als ik weet wat ik mijn moeder eigenlijk heb aangedaan, maar ook vrienden en familie om me heen… Zij hebben altijd met spanning naar wedstrijden gekeken." Haar moeder was na de val in Rio nooit meer onbevangen. "Zij was pas gerust als ik veilig over de finish kwam."
De opluchting bij haar moeder toen Van Vleuten stopte, was voelbaar. "Pas aan het einde vertelde ze hoeveel spanning ze altijd voelde." Van Vleuten vindt het dan ook niet vanzelfsprekend dat haar zoontje ooit de fiets oppakt. "Wielrennen is eigenlijk niet echt een sport voor heel jonge kinderen. Als hij toch wil fietsen, dan liever cyclocross of mountainbike. Dat vind ik wat speelser en avontuurlijker."
Volg Sportnieuws.nl op Google Discover)