Stav Lemkin, een 22-jarige verdediger van FC Twente, groeide op tussen raketten in Israël, belandde als profvoetballer in het oorlogsgebied van Oekraïne en vond pas in Nederland wat hij al jaren miste: stilte. Hij vertelt openhartig over de moeilijke tijden die hij heeft gekend. "Dus dit is een normaal leven, denk ik soms. Geen hoofdpijn, geen sirenes, geen paniek", zegt Lemkin.
Lemkin groeide op in Tel Aviv, maar maakte de oorlog pas echt mee na zijn transfer naar Shakhtar Donetsk in 2023. "Ik heb het echt onderschat", vertelt hij in gesprek met Voetbal International. "Toen ik de club sprak, stelden ze me gerust: maak je geen zorgen, je zit in de best denkbare hotels, alles is prima geregeld. Alles in mij schreeuwde: níét doen, niet nu. Maar mijn hoofd fluisterde: grote club, Champions League, ze willen je heel graag, veel geld. Als je nu niet gaat, duurt het misschien nog lang voor een club buiten Israël je oppikt. Ik was niet geduldig genoeg."
Enorm veel geleerd van oorlog
Toch kijkt hij niet met spijt terug. Integendeel. "Ik heb zoveel geleerd en overwonnen in Oekraïne. Wezenlijkere dingen dan een nederlaag, blessure of plek op de bank. Ik was bang, ongelukkig en eenzaam. Je wilt naar huis, maar dat kan niet. Je hebt een contract, verplichtingen. Ik heb doorgezet, hoe moeilijk het ook was. Zeker in de tijd dat ik geblesseerd was. Terwijl de andere jongens samen optrokken en onderweg waren voor wedstrijden, bleef ik twee, drie maanden met een fysiotherapeut alleen achter in Kiev. Spelers, trainers, directeuren: iedereen was weg."
De 22-jarige international van Israel maakte er heftige situaties mee. "Een kleine hotelkamer was mijn wereld. Elke dag moest ik minimaal één keer de schuilkelder in en dat terwijl ik een zware hamstringblessure had. Ik kon niet rennen, amper lopen. Mijn kamer was op de vierde verdieping. Zodra het luchtalarm ging, was de lift buiten gebruik. Dus strompelde ik die trappen af. Nu kan ik erom lachen. In mijn hoofd is het een droom die ik heb beleefd. Alsof het niet echt was. Een nachtmerrie. Veel van dat jaar heb ik verdrongen, nu ik erover praat komen herinneringen terug."
Zelfs de schuilkelder in tijdens wedstrijden
Lemkin vond zelfs tijdens trainingen en wedstrijden geen rust, want ze moesten geregeld de schuilkelder in. "We trapten eens af om één uur 's middags en waren 's avonds rond acht uur pas klaar. Telkens dwong een nieuw luchtalarm ons terug de kelder in", licht hij toe. "Maar het meest bezorgd was ik als mijn vriendin bij me was. Wat als er nu een bom in haar buurt valt en ik er niet ben? Als ik zo thuiskom en het hotel in puin ligt? Die angsten spookten door mijn hoofd."
Voor Lemkin was zijn tijd in Oekraïne nóg zwaarder dan in zijn eigen land. "Ik heb zelf geen raketten zien overvliegen in Oekraïne, in Israël wel en toch voelde ik me daar veiliger. Het is mijn thuis en mijn familie was dichtbij. In Israël zijn we gewend aan de dreiging, elk appartement is gewapend tegen raketten. Schuilkelders in Oekraïne zijn vaak de veiligste kamers in een gebouw, maar die zijn niet per definitie gemaakt om bommen te weerstaan."
'Hoop op een leven zoals in Nederland'
Sinds deze zomer verdedigt hij de kleuren van FC Twente. Hij is inmiddels gewend aan het land en geniet enorm van de rust in Nederland. "Ik blijf hopen dat eens het leven overal zal zijn zoals in Nederland. Zonder zorgen om oorlogen, raketten en geweren. Soms denk je dat de wereldproblemen te complex zijn geworden en er nooit meer vrede zal zijn. Het is makkelijk om cynisch te worden, maar ik probeer hoopvol te blijven."
"Dus dit is een normaal leven", denkt hij regelmatig. "Geen hoofdpijn, sirenes en paniek. In Oekraïne maakte ik me elke dag druk. Waar is een schuilkelder? Is mijn vriendin veilig? Gaat het alarm vannacht? Zal ik kunnen slapen? Heb ik stroom? Stress, altijd stress. In Israël is het leven ook vol angst en onrust. Nu heb ik heus nog weleens zorgen. Over mijn moeder in Oekraïne, over mijn familie in Israël. Maar ik kan me voor het eerst in jaren vooral op voetbal concentreren."
,fit(480:))