Topschaatser Merijn Scheperkamp moet lachen om grote concurrent op NK sprint: 'Hij is een soort rode draad'

Redactie Sportnieuws.nl • 16:05, 01-03-2026 / Laatste Update: 16:38, 01-03-2026
Topschaatser Merijn Scheperkamp moet lachen om grote concurrent op NK sprint: 'Hij is een soort rode draad'
i

Merijn Scheperkamp © GettyImages

Redactie Sportnieuws.nl • 16:05, 01-03-2026 / Laatste Update: 16:38, 01-03-2026

Bij de NK sprint is het bij de mannen bloedstollend spannend. Janno Botman, Kayo Vos, Tim Prins en Merijn Scheperkamp strijden alle vier nog voor die titel. Laatstgenoemde kampt zelf niet zo met die spanning. Hij hoeft niet eens te weten hoe groot de verschillen in het klassement zijn.

Scheperkamp stond na de eerste NK-dag in Thialf op de tweede plek in het klassement achter Botman. De beide heren namen het bij de 500 meter van de zondag tegen elkaar op in een rechtstreeks duel. Daarbij kwamen Scheperkamp en Botman in dezelfde tijd over de finish (37.67). Dat zorgde ervoor dat het gat met Vos en Prins groter werd, maar dat het zeker nog geen uitgemaakte zaak is wie de Nederlands kampioen sprint wordt.

Alleen de Nederlands kampioen krijgt een ticket voor de WK sprint in Thialf volgende week. Joep Wennemars en Jenning de Boo kregen al een aanwijsplek. De verschillen zijn bij de NK dus erg klein, maar Scheperkamp zit in ieder geval niet met die spannning.

'Ik hoef de verschillen niet te weten'

"Ik hoef de verschillen ook niet te weten. Het beïnvloedt niet hoe ik de race aanpak", zo vertelt Scheperkamp tegenover de NOS. Voor hem is het ook absoluut niet nieuw dat hij met specifiek Botman moet strijden voor de overwinning. "Ik ben al sinds mijn twaalfde aan Botman gewaagd. Ik zie hem al mijn hele leven. Ik had niets anders van hem verwacht. Hij is een soort rode draad in mijn schaatsleven. Dus dat is wel mooi om tegen hem te strijden hier. Ik denk dat het er wel voor mij inzit."

'Ik wil die uitschieter'

Bij Scheperkamp heerst in ieder geval het gevoel dat er nog genoeg in de tank zit om na een sterke 1000 meter alsnog Nederlands kampioen sprint te worden. "Sprinten gaat om vier afstanden en vier goede races. Ik heb nu drie middelmatige ritten gereden en ik hoop straks een uitschieter te hebben. Het is mijn kracht om stabiel te rijden, maar ik wil die uitschieter. Dat heb je ook wel nodig om kampioen te worden denk ik. Ik voel me goed, dus waarom zou die uitschieter niet kunnen bij de 1000 meter."