Topshorttrackers Jens en Melle van ’t Wout hebben grootse plannen. De broers willen een commerciële shorttrackploeg opzetten. Op zondagavond hebben ze tekst en uitleg gegeven over hun ambitie tijdens hun bezoek aan RTL Tonight.
Vrijdag kwam het nieuws naar buiten dat de broers overwegen om uit de bondsploeg van de KNSB te stappen. De olympisch kampioenen onderzoeken namelijk of het mogelijk is om een eigen, commerciële ploeg te lanceren. Daarmee willen ze meer sponsoren aan de sport verbinden, waardoor de salarissen verbeteren. Zondagavond waren de broers te gast bij RTL Tonight, waar ze de situatie hebben toegelicht.
"Het is in principe een vaste baan voor ons", zo legt Jens uit. "We trainen twee keer per dag elke dag, behalve zondag. Dus je kan er ook niks naast doen. Je wil er ook niks naast doen, want het is echt een hele zware sport. Je doet echt alles ervoor."
Stipendium
De shorttrackers stoppen dus hun ziel en zaligheid in de sport. Er is echter één probleem: het salaris. Als shorttracker moet je een dusdanig hoog niveau halen om geld te verdienen. "We hebben ook jongens die met ons alles er voor doen. Die komen er net niet doorheen tot het niveau dat je moet hebben om in het stipendium te vallen", doelt Jens op de beurs die het NOC*NSF uitdeelt als je niveau hoog genoeg is.
Die status moet je als shorttracker ieder jaar verdienen, legt Melle uit. "Dat is heel erg lastig. Dus als jij één jaar niet zo goed presteert of met blessures te maken hebt, dan is daar wel een opvang voor. Maar het kan dus zijn dat je het jaar daarna ineens geen inkomen meer hebt en dat je papa en mama lief moet aankijken. En dat is bij ons in de sport beter te maken. Wij vinden het heel erg belangrijk dat dat nu de volgende stap is."
'Niet vol te houden'
De broers houden ontzettend van hun sport. "Maar uiteindelijk moet je wel wat gaan verdienen ernaast, want anders is het niet vol te houden."
Melle legt uit dat shorttrack misschien een individuele sport lijkt, maar dat je het eigenlijk samen doet. Shorttrackers trainen elke dag met een grote groep op het ijs, omdat je elkaar nodig hebt om goed te kunnen oefenen. Alleen trainen werkt volgens hem niet.
Ook noemt hij het financiële probleem. Sommige rijders trainen al jaren op hoog niveau, maar verdienen daar weinig of niets mee. "Er zijn nu al jongens die dat al jaren doen zonder iets te verdienen en op een gegeven moment is dat gewoon klaar."
Jens en Melle besloten na de Olympische Spelen in Milaan dat het tijd was voor verandering. "Wij keken elkaar aan na de Spelen, en zeiden tegen elkaar: 'Het kan gewoon niet meer dat niet iedereen betaald wordt en ook nog dat je jezelf elk jaar moet bewijzen.'"
Toch zijn de broers ook dankbaar voor de KNSB. "Wij zitten hier ook door de bond. Dat moeten we natuurlijk niet vergeten. Maar tegelijkertijd weten we dat dit de volgende stap is", aldus Melle.
De twee hebben in ieder geval goed hoop. "We hebben een heel goed plan. En dat willen we Nederland nu ook laten weten. We willen de populariteit nu vol benutten omdat er nu aandacht voor is", zo besloot Melle.
Reactie KNSB
Jeroen Kraaij, de commercieel directeur van de KNSB, reageerde eerder deze week begripvol op de ambities van de topshorttrackers. "Voor wat betreft de ideeën om commerciële shorttrack-ploegen te beginnen, in navolging van de langebaan: die zijn al eerder geopperd en we sluiten in de toekomst ook niets uit", zo legde hij uit.
Sterk op de Spelen
De 24-jarige Jens van ’t Wout was eerder dit jaar een van de grote blikvangers op de Olympische Winterspelen. De in Laren geboren en in Canada opgegroeide shorttracker stond maar liefst vier keer op het podium. Drie keer leverde dat goud op, één keer brons. Ook zijn broer Melle van ’t Wout kende een succesvol toernooi: de 26-jarige shorttracker ging naar huis met goud en zilver.
)