Oud-profvoetballer helpt collega's en wil taboe doorbreken: 'Heb veel spelers zien afhaken'

Rick Kraaijeveld • 10:41, 11-04-2026 / Laatste Update: 12:05, 11-04-2026
Oud-profvoetballer helpt collega's en wil taboe doorbreken: 'Heb veel spelers zien afhaken'
i

©Pro Shots

Rick Kraaijeveld • 10:41, 11-04-2026 / Laatste Update: 12:05, 11-04-2026

Sinds een aantal jaar zet oud-profvoetballer Johan Voskamp zich in als mental coach. Hij kampte zelf als voetballer regelmatig met negatieve gedachtes die zijn prestaties beïnvloedde. Hoewel hij altijd herinnerd wordt aan de acht doelpunten die hij in één wedstrijd scoorde, geloofde hij lang niet altijd in zichzelf. Nu helpt Voskamp voetballers én mensen uit de zakenwereld. “Je kan erg snel terugvallen als het weer minder gaat.”

Het verhaal van Johan Voskamp begon in zijn jonge jaren bij Excelsior. “We werden in mijn eerste jaar meteen kampioen en speelden twee jaar Eredivisie. Ik was 21 jaar en lekker onbevangen, tot we degradeerden”, vertelt hij aan de keukentafel in zijn woning in het Westland, waar hij ook met de sporters in gesprek gaat. “Ik kon naar twee Eredivisieclubs, maar Excelsior liet mij niet gaan. Ze dachten die maakt er wel 25 in een jaar. Toen voelde ik ineens druk. Met die gedachten en de druk kon ik niet goed omgaan."

'Dat zit in het koppie'

Het eerste half jaar speelde Voskamp wel maar scoorde slechts vijf keer, waarna hij verhuurd werd aan RKC Waalwijk. “Daar liep ik alsof ik een zak aardappelen op mijn rug had. Ik kwam in een team dat al draaide. Ik zat niet goed in mijn vel want ik had niet gepresteerd het half jaar ervoor. Ik speelde niet met de borst vooruit en vol zelfvertrouwen. Hoe ga ik dit overleven, dacht ik.” In andere woorden: dat onbevangen gevoel was weg. Een jaar nadat hij met Excelsior degradeerde en naar Eredivisie-clubs kon, was hij ineens clubloos. 

Hij sprak met een amateurclub om daar te gaan voetballen, maar om zijn mentale weerstand weer op te bouwen ging hij in gesprek met een mental coach. Dat hielp hem enorm. “Het was natuurlijk een gekke situatie waar ik in zat. Dat ik niet scoorde had niet met mijn kwaliteiten te maken, maar dat zit gewoon in het koppie”, weet Voskamp nu.

Waken voor de terugval

“Er was een aantal gesprekken met de mentale coach waarin ik heel simpel weer terugging naar de hoogtepunten van mijn carrière. Waarin we oefeningen deden om positieve- in plaats van negatieve gedachten in mijn hoofd te houden. Dat waren voor mij twee prachtige goals in de Eredivisie”, omschrijft hij. En het werkte geweldig. “Ik voelde de energie weer door mijn lijf stromen, ik voelde mij weer trots.”

Die zomer kreeg Voskamp weer een kans bij Helmond Sport, en daar scoorde hij er weer op los. Hij maakte 22 doelpunten, een clubrecord. Daarna kwam Sparta, waar hij bij zijn debuut direct acht (!) keer scoorde. Na dat seizoen, waarin hij met 29 doelpunten topscorer van de Jupiler League werd, verdiende hij een transfer naar Polen. Na twee seizoenen bij Slask Wroclaw ging hij weer terug naar Sparta. In het kampioensjaar met Alex Pastoor verloor hij zijn basisplek en zakte ver weg.”Ik betrok alles tot mezelf, want mijn identiteit was voetballen. ” Het ging zo ver dat Voskamp het zelfs mee naar huis nam, ook al werd Sparta in dat jaar kampioen. 

Ook praten als het wel goed gaat

“De afleiding is fijn, in die tijd genoot ik enorm van mijn jonge kinderen. Maar op het veld had ik het lastig. Toen ging ik in gesprek met de psychologe die bij Sparta werkte onder Pastoor. Die gesprekken gaven mij weer inzichten.” Sterker nog, hij leerde daar één van de belangrijkste lessen ooit. “Je moet als speler aan je gezondheid werken, blijven praten. Niet alleen als je slecht speelt maar ook als het goed gaat”, is zijn beleving. 

Want het verval ligt vaak op de loer. Je kan je snel goed voelen, maar dat kan zo weer overgaan. “Als het slecht gaat, dan kan je snel in oude gewoontes vervallen. In oude patronen, dat is bij heel veel mensen zo. Echte gedragsverandering is het moeilijkste wat er is", erkent hij. 

Momenteel helpt hij jonge voetballers daarbij, want hij miste dat ook in zijn carrière. Want, zo merkte Voskamp, twijfelen aan jezelf, jezelf in de put praten en minder presteren door jouw mentale gezondheid, is niet alleen een probleem als voetballer. Dat blijft je je leven achtervolgen als je het niet aanpakt. “Na mijn voetbalcarrière heb ik verschillende dingen gedaan op werkgebied; maar alles een beetje half. Ik was niet echt overtuigd van mijzelf. Ik wist niet echt wat ik wilde en vroeg me af of ik ergens nou echt goed in was”, legt hij uit. Het is een gevoel dat hij kent vanuit zijn carrière ‘en dat is dan niet zomaar weg", legt hij uit. 

'Ik wilde mensen helpen'

Door aan zichzelf te werken, kwam Voskamp op het idee zelf als coach aan de slag te gaan. “Dat heeft wel lange tijd geduurd. Alleen ik voelde de afgelopen jaren wel heel sterk dat ik mensen wilde helpen. En dat kan op veel verschillende manieren. Maar mensen helpen met datgene waar jijzelf tegenaan bent gelopen, dat is natuurlijk heel mooi”, zegt hij enthousiast. Hij helpt voetballers maar ook mensen die onder hoge druk staan in de zakenwereld. 

“Ik heb vaak spelers zien afhaken tijdens mijn carrière. Dat waren dan de stillere, gevoelige jongens. Dat waren ook de intelligente jongens, dat zijn meestal denkers. En dat is soms lastig in het wereldje van voetballers. Er zijn uitzonderingen waar je ook goed mee over politiek kan praten bijvoorbeeld, maar het is veelal een wereldje van PlayStations, vrouwen en spulletjes. Je wereld wordt klein. Daarbij is een team op zo’n moment niet bepaald een goed vangnet, als je het moeilijk hebt. Je zet een masker op omdat dat het veiligst is.”

Onbevangenheid terugkrijgen

Voskamp denkt dat meer bewustzijn bij clubs al een grote stap in de goede richting zou zijn om ook deze jongens te helpen. De waan van de dag moet minder regeren bij de clubs. “Op het moment dat je het intern goed regelt en dingen bespreekbaar maakt in een veilige omgeving, dan gaat het de speler zelf niet schaden. Het gaat er simpelweg om elkaar als mens te zien, niet als voetballer.. De spelers onderling, maar ook samen als groep en als staf. Dat iemand zich gesteund voelt als hij een penalty mist. Zodat hij de volgende wel kan raken. Dat mensen er voor je zijn, als je je slecht voelt.” Maar door de grote belangen, wordt dit in de voetballerij nog weleens vergeten.

Zolang dat nog niet zo is, helpt hij met alle liefde sporters en zakenlui die naar hem toe komen. Al is dat niet altijd om ze weer terug op het veld te krijgen, Voskamp kijkt liever verder dan dat. “Ieder mens wil gehoord en gezien worden. Het gaat mij niet om de sporter, maar om de mens. Ik zie jou, luister naar jou en kijk welke kant jij op wil, of wat er allemaal dwars zit. Ik beloof nooit aan iemand dat diegene beter gaat presteren, maar vaak gebeurt dat wel wanneer de onbevangenheid terugkomt. Maar misschien gaat hij zelfs wel uit de voetballerij, als dat uiteindelijk is wat iemand écht wil.”