De NK sprint & allround zijn dit weekend in Heerenveen. Thialf is het decor voor de nationale kampioenschappen, waar ook nog eens tickets voor de WK sprint & allround een weekend later te verdienen zijn. De winnaars van de klassementen mogen naar de WK's en daarvoor is een puntensysteem bedacht, waarin de 500 meter leidend is. Zo werkt het klassement op de NK sprint & allround.
Op de NK sprint rijden de deelnemers vier afstanden: twee keer een 500 meter en twee keer een duizend meter. Op basis van die vier afstanden wordt het klassement opgemaakt en gaan de nummers één bij de mannen en vrouwen naar de WK sprint een week later, ook in Thialf. Femke Kok en Jutta Leerdam zijn aangewezen en rijden de NK dus niet. Alle andere topschaatsers hopen in Thialf Nederlands kampioen sprint te worden en naar de WK te gaan.
Gedeeld door het aantal 500 meters in een afstand
De basis van het puntensysteem ligt op de 500 meters. De tijd in seconden die wordt gereden, wordt gedeeld door het aantal 500 meters in een afstand. Dus de tijd op de 1000 meter wordt gedeeld door twee, terwijl de 500 meter maar één keer gedeeld wordt. Dan komt er een puntenaantal, tot drie cijfers achter de komma uit. Al die punten worden bij elkaar opgeteld en zo wordt het klassement bepaald op basis van het minste aantal punten.
NK allround
Op de NK allround geldt dezelfde regel, alleen is het daar wat meer rekenwerk. De deelnemers bij de vrouwen rijden de 500 meter, 1500 meter, 3000 meter en 5000 meter. De mannen doen ook de 500 en 1500, maar volgen die op met de 5000 en 10.000 meter. De gereden tijd wordt (in seconden) gedeeld door het aantal 500 meters in een afstand. Op de 1500 meter is dat dus gedeeld door drie, op de 3000 meter gedeeld door zes en op de 10.000 meter gedeeld door maar liefst twintig. Degene met het minste aantal punten, tot drie cijfers achter de komma, mag zich kronen tot Nederlands kampioen allround.
Voorbeeld Beau Snellink
Beau Snellink zal meedoen aan de NK allround bij de mannen. Hij is de nationaal kampioen van 2025. Hij reed 37,72 op de 500 meter, 1.46,82 (106,82 seconden, gedeeld door 3 = 35,606 punten) op de 1500 meter, 12.42,98 (762,98 gedeeld door twintig = 38,149 punten) op de 10.000 meter en 6.12,01 (372,01 gedeeld door tien = 37,201 punten) op de 5000 meter. Hij kwam daarmee tot een totaal van 148,676 punten.
Uitstappers
Het gebeurt op allround- en sprinttoernooien regelmatig dat schaatsers uitstappen na een paar afstanden. Hun achterstand in het klassement is dan vaak zo groot, dat er onmogelijke tijden nodig zijn om nog in de buurt van de top te komen. Er is met nog één afstand te gaan vaak ook al duidelijk wat schaatsers moeten rijden om eerste te blijven of eerste te worden.
)